De keramische werken van mij  staan in een traditie van pottenmakers, die vooral bewogen worden door het aardse van de klei. Ik werk graag  met   oxides en  laat daarmee de klei en haar huiden zien. Door het gebruik van  grove  chamotte  en oxides  worden de contrasten tussen glad en grof, ruw en structuur benadrukt.

 

De werken worden handmatig opgebouwd (niet op de draaischijf) en zijn uniek en eenmalig. Ze zijn puur, perfect in het niet perfecte en elke kant ervan heeft iets verrassends.

 

-

‚ÄčPot nr. 222 met onderglazuren bewerkt. Ø28cm, hgt. 27cm